Senet
Je zegt sennet, met de klemtoon op de eerste lettergreep. Dit spel komt uit Egypte en is het beste te vergelijken met ganzenbord. Er is een exemplaar van dit spel gevonden in het graf van Toetanchamon. Dat geeft dus aan hoe oud dit spel is. De oorspronkelijke regels zijn niet bekend, omdat dit niet is opgeschreven. Later heeft men regels samengesteld.
Senet wordt gespeeld op een bord met 30 hokjes, die noemen we huizen. Dit spel wordt gespeeld in een S-vorm. De laatste vier vakjes, huizen, hebben speciale tekens en hebben dus een speciale betekenis. Het bijzondere van senet vind ik dat dit niet wordt gespeeld met dobbelstenen, maar in plaats daarvan worden er latjes gebruikt. Ze hebben een platte lichtgekleurde kant en een ronde donkergekleurde kant. Om een getal te werpen, zet je de latjes net zo neer als bij mikado. Er wordt dan als volgt geteld:
1 lichte kant boven = 1 punt
2 lichte kanten boven = 2 punten
3 lichte kanten boven = 3 punten
4 lichte kanten boven = 4 punten
4 donkere kanten boven = 6 punten (de vijf bestaat niet in dit spel)
Veld 26, veld 28, veld 29 en veld 30 zijn vrijplaatsen. Een pion die daar staat, kan niet worden geslagen. Een pion die op veld 27 komt, valt in de Nijl en moet terug naar veld 15. Dat is het veld van de Wedergeboorte. Veld 26 is het huis van de Schoonheid en is een verplicht veld. Met andere woorden, iedere speler moet op vakje 26 komen. Veld 28 is het Huis van de Drie Rechters, veld 29 is het Huis van de Twee Rechters en veld 30 is het Huis van Horus.
In het spel zijn vijf pionnen, die om-en-om op de eerste tien vakken (huizen) worden gezet. Wit staat op de oneven huizen, de zwarte pionnen staan op de even huizen. Als een pion word geslagen, worden de plaatsen verwisseld met de pion die de desbetreffende pion slaat. Als er twee dezelfde pionnen naast mekaar staan, dan mogen die niet geslagen worden, want dit vormt dan een barricade. Pionnen van de tegenstander mogen er wel overheen. Als er drie dezelfde pionnen naast mekaar staan, dan mogen deze niet geslagen worden en mag er ook geen pion overheen worden gezet.
Gooit een speler een 1, een vier of een zes, dan mag deze zijn/haar pion met het aantal geworpen ogen verzetten en opnieuw gooien. Als men een twee of drie gooit, dan mag men wel zijn/haar pion verzetten, maar dan gaat de beurt weer naar de tegenpartij.
Wanneer een speler met een worp zijn/haar pion niet naar voren kan zetten, dan moet de worp worden gebruikt om hetzelfde aantal ogen achteruit te worden gezet. Tenzij daar al een pion staat.
Een pion op bijvoorbeeld vak 27 moet precies het aantal ogen gooien die nodig zijn om de pion uit het spel te krijgen.
Aanwijzing: er staat altijd 1 pion op 1 vakje.